Reliance
Newsflash

De nietigverklaring onder het Nederlands Taaldecreet: wanneer het concurrentieverbod wegvalt, valt ook de noodzaak weg om de nadelige effecten te compenseren

Delen

Een Engelstalige arbeidsovereenkomst en het concurrentiebeding dat hierin terug te vinden is, zijn absoluut nietig wegens schending van het Nederlands Taaldecreet.

De correctie dat de nietigverklaring geen nadeel mag toebrengen aan de rechten van de werknemer, en die wordt voorzien in artikel 10 van het Nederlands Taaldecreet, heeft niet tot gevolg dat het absoluut nietig concurrentiebeding relatief nietig wordt, waardoor de werknemer zou kunnen kiezen tussen (i) zich beroepen op de nietigheid en het beding niet naleven, of (b) de nietigheid dekken, met naleving van het beding en toekenning van een compensatoire vergoeding.

Waarover ging het?

De werkneemster in kwestie vorderde een aanvullende niet-concurrentievergoeding, na haar ontslag wegens dringende reden, op basis van een concurrentiebeding dat opgenomen was in haar Engelstalige arbeidsovereenkomst. De werkgever had hierbij vlak voor het ontslag spontaan reeds een deel van de niet-concurrentievergoeding betaald.

De rechtbank wees de vordering van de werkneemster af op basis van de nietigheid van het concurrentiebeding. 

De correctie op basis van artikel 10 Nederlands Taaldecreet maakt de nietigheid niet relatief

Bij tussenvonnis oordeelde de rechtbank reeds dat het Engelstalig concurrentiebeding absoluut nietig was wegens schending van het Nederlands Taaldecreet.

De werkneemster was echter van mening dat de correctie die voorzien wordt in artikel 10 Nederlands Taaldecreet en die stelt dat de nietigverklaring geen nadeel mag toebrengen aan de rechten van de werknemer concreet betekent dat de nietigheid relatief wordt, waarop de werkneemster zich naar keuze kon beroepen of niet.

De rechtbank is de werkneemster hierin niet gevolgd. De correctie dat de nietigverklaring geen nadeel mag berokkenen aan de werknemer, heeft als enige implicatie dat de rechtbank een vergelijking moet maken tussen (i) de situatie van de werknemer ingeval het beding wordt nietig verklaard en (ii) de situatie van de werknemer ingeval het beding niet wordt nietig verklaard. Indien de werknemer beter af is indien het beding niet wordt nietig verklaard, dient de rechtbank zich te onthouden van de nietigverklaring, en het beding in zijn geheel toe te passen. Andersom, indien de werknemer beter af is indien het beding nietig is, is er geen noodzaak tot enige bijkomende correctie.

Het verlies van het recht op compensatoire vergoeding is niet nadelig

Alle concurrentiebedingen dienen volgens de rechtbank de belangen van de werkgever en beknotten de werknemer in diens vrijheid van arbeid, waarbij ter compensatie en conform de wettelijke regels dienaangaande, (bij bepaalde types concurrentiebedingen) in een vergoeding wordt voorzien.

Om deze reden oordeelde de rechtbank dat de nietigverklaring van het concurrentiebeding derhalve a priori voordelig was voor de werkneemster in kwestie, aangezien zij haar vrijheid om bij eender welke werkgever in dienst te treden of zelf een concurrerende onderneming uit te baten, volledig heroverde dankzij de nietigverklaring. Aangezien de nietigverklaring de werkneemster bijgevolg niet benadeelt, diende deze uitgesproken te worden.

Het feit dat door de nietigverklaring niet alleen de concurrentiebeperking wegvalt, maar ook haar aanspraak op de (in casu aanvullende) compensatoire vergoeding, volstaat volgens de rechtbank niet om tot een nadeel te besluiten. De vergoeding werd immers enkel toegekend als compensatie, om het nadelige concurrentieverbod te neutraliseren, doch is geen voordeel op zich.

De nietigverklaring kan nadelig aanvoelen voor de werknemer

De rechtbank nam het duidelijk standpunt in dat wanneer het concurrentieverbod wegvalt, ook de noodzaak verdwijnt om de nadelige effecten te compenseren.

Een concurrentiebeding, dat in strijd met het Nederlands Taaldecreet werd opgesteld, kan derhalve geen rechtsgrond bieden tot het vorderen van de in het concurrentiebeding opgenomen vergoeding, zelfs al geeft de werknemer de voorkeur aan het naleven van het beding en het ontvangen van de vergoeding.

Kea Van de Walle

Nederlandstalige Arbeidsrechtbank Brussel
8 juni 2017
AR 15/3217/A
onuitg

Delen