Reliance
Newsflash

Wijziging van de taken tijdens de opzeggingstermijn leidt tot verlies uitwinningsvergoeding

Delen

Werknemers die zich voornamelijk bezighouden met het opsporen en bezoeken van cliënteel met het oog op het afsluiten en onderhandelen van zaken, werden door de wetgever bedacht met het bijzondere statuut van handelsvertegenwoordiger. In geval van ontslag, maken deze werknemers (onder bepaalde voorwaarden) aanspraak op een zgn. uitwinningsvergoeding, ter compensatie van het cliënteel dat zij door dit ontslag verliezen.

Het komt echter regelmatig voor dat een werkgever er niet happig op is om een in opzeg geplaatste handelsvertegenwoordiger zijn functie te laten uitoefenen. Dit uit de overweging dat een ontslagen werknemer niet steeds de beste vertegenwoordiger van een bedrijf is. Vaak wordt zo’n handelsvertegenwoordiger dan ook – al dan niet met het akkoord van de werknemer – in “binnendienst” geplaatst. De vraag rijst dan ook of zo’n werknemer nog steeds aanspraak kan maken op een uitwinningsvergoeding wanneer zijn opzeggingstermijn een einde neemt.

Instemming werknemer leidt tot financieel verlies

Een antwoord vinden we in een recent vonnis van de Nederlandstalige arbeidsrechtbank Brussel. Een handelsvertegenwoordiger werd opgezegd door zijn werkgever na enkele slechte evaluaties. De werknemer en de werkgever sloten vervolgens een bijlage bij de arbeidsovereenkomst, waarin partijen overeenkwamen dat de werknemer gedurende de opzeggingstermijn niet langer als handelsvertegenwoordiger werkzaam zou zijn, maar als televerkoper. Na afloop van de arbeidsovereenkomst vorderde de werknemer een uitwinningsvergoeding.

Volgens de arbeidsrechtbank was de zaak echter duidelijk: de kwalificatie als handelsvertegenwoordiger – en het recht op een uitwinningsvergoeding – dient te worden beoordeeld op het ogenblik dat de arbeidsovereenkomst effectief een einde neemt. Op dat ogenblik was de werknemer in kwestie een televerkoper. Hij had volgens de arbeidsrechtbank dan ook geen recht op een uitwinningsvergoeding.

Ook “gedwongen binnendienst” leidt tot verlies uitwinningsvergoeding

Bovenvermeld vonnis, waarin partijen expliciet overeenkomen om de taken van de werknemer te wijzigen, lijkt niet meer dan logisch. De vraag is echter of men tot hetzelfde besluit dient te komen indien het takenpakket eenzijdig wordt gewijzigd door de werkgever.

De arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen diende zich recent te buigen over de vraag of de werknemer ook zijn recht op een uitwinningsvergoeding verliest indien de werkgever de werknemer eenzijdig een “binnendienst” oplegt. De zaak in kwestie betrof een werknemer wiens takenpakket tijdens de opzeggingstermijn door zijn werkgever eenzijdig werd gereduceerd, in hoofdzaak tot taken die verband hielden met de overdracht van zijn takenpakket aan zijn opvolger.

De arbeidsrechtbank oordeelde dat de werknemer op het ogenblik dat de arbeidsovereenkomst een einde nam, niet langer als handelsvertegenwoordiger kon worden beschouwd. De werknemer toonde volgens de rechtbank niet aan dat hij zich zou verzet hebben tegen de wijziging van zijn takenpakket. Hoewel de werknemer bij de aanvang van de wijziging per mail ontkende te hebben ingestemd met zijn nieuwe takenpakket, oefende hij de ganse opzeggingstermijn (zijnde bijna zeven maanden) dit beperkt takenpakket uit zonder actie te ondernemen. Dit impliceert volgens de arbeidsrechtbank dat de werknemer de facto ermee akkoord ging dat hij niet langer belast was met handelsvertegenwoordigingsactiviteiten. De vordering tot betaling van een uitwinningsvergoeding werd dan ook afgewezen.

Cruciaal: takenpakket bij beëindiging overeenkomst

Samengevat kan worden besloten dat het effectieve takenpakket van de werknemer op het einde van de arbeidsovereenkomst doorslaggevend is om te beoordelen of hij al dan niet aanspraak maakt op een uitwinningsvergoeding. Een werknemer die tijdens zijn opzeggingstermijn op “binnendienst” wordt gezet, kan aldus geen aanspraak meer maken op een uitwinningsvergoeding. In geval van een eenzijdige wijziging van het takenpakket, stelt de werkgever zich natuurlijk wel bloot aan het risico dat de werknemer een impliciet ontslag inroept en een opzeggingsvergoeding (en logischerwijze ook een uitwinningsvergoeding) vordert. Dergelijke strategie is dan ook, behoudens in manifeste gevallen, vrij risicovol.

Yne Machiels

Nederlandstalige Arbeidsrechtbank Brussel
14 augustus 2017
AR 16/2536/A
onuitg.

Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen
10 oktober 2017
AR 16/1814/A
onuitg.

Delen