Reliance
Newsflash

Einde polemiek rond opzeg tijdens tijdelijke werkloosheid ?

Delen

Einde polemiek rond opzeg tijdens tijdelijke werkloosheid ?

Gezien het grote aantal aanvragen tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ten gevolge van de coronacrisis, werden de procedures voor het invoeren van tijdelijke werkloosheid sterk vereenvoudigd, zowel voor de werkgevers als voor de werknemers. Van ongeveer 1 miljoen werknemers werd de arbeidsovereenkomst intussen geheel of gedeeltelijk geschorst onder dit systeem van tijdelijke werkloosheid.

Meer en meer stelde zich de vraag naar wat er gebeurt indien de werkgever een einde maakt aan de arbeidsovereenkomst met een te presteren opzeggingstermijn (in plaats van een opzeggingsvergoeding) tijdens een periode van tijdelijke werkloosheid.

In principe stopt een opzeggingstermijn slechts met lopen in de gevallen voorzien in de wet. De meest gekende van deze gevallen zijn arbeidsongeschiktheid, jaarlijkse vakanties en de tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer (arbeiders) en economische oorzaken (arbeiders en bedienden). De wet beschouwt een tijdelijke werkloosheid wegens overmacht niet expliciet als een geval waarin de opzeggingstermijn wordt geschorst. In geval van volledige tijdelijke werkloosheid en een relatief korte opzeggingstermijn, zou dit erop neerkomen dat de opzeggingstermijn een einde zou kunnen nemen zonder dat tijdens de opzeggingstermijn enig loon werd betaald door de werkgever.

Zij die tegen een dergelijke situatie protesteren, argumenteren dat op die manier de opzeggingstermijn –een verplichting voor werkgevers- geheel of gedeeltelijk ten onrechte wordt afgewenteld op de sociale zekerheid.

Een recent wetsvoorstel ingediend door sp.a heeft tot doel om, naar analogie met de bestaande regeling voor tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen, de looptijd van de opzeggingstermijn tijdens deze periodes van tijdelijke werkloosheid te schorsen. Het wetsvoorstel voert geen algemene regel in van schorsing van de opzeggingstermijn in gevallen van overmacht, maar beperkt deze schorsing tot gevallen van overmacht gelegen tussen 1 maart 2020 en 30 juni 2020.

Dit wetsvoorstel werd op 5 mei 2020 besproken in de Commissie Sociale Zaken. Een van de bezwaren was de terugwerkende kracht tot 1 maart 2020, zeker voor wat opzeggingstermijnen betreft die intussen reeds volledig zijn verstreken. Het wetsvoorstel werd op dat punt dan ook aangepast. De terugwerkende kracht zou daarentegen wel blijven gelden voor opzeggingstermijnen die momenteel nog lopen. Op 13 mei 2020 ligt het aangepaste voorstel opnieuw ter tafel in de Commissie Sociale Zaken. Nadien zal het Parlement er nog over moeten stemmen.

Wij houden u op de hoogte.

Reliance

07/05/2020

Delen